
Anna van Hannover aan het klavecimbel
In Engeland werd Händel muziekleraar van de Britse prinses Anna van Hannover (1709-1759). Anna was geen doorsnee leerling. Al op haar vijfde schreef en sprak ze uitstekend Engels, Frans en Duits. Ze wist veel af van zowel geschiedenis als aardrijkskunde en kon bovendien goed dansen. Muziek bleek haar grootste hobby. Door de lessen van Händel groeide ze uit tot iemand die voortreffelijk klavecimbel kon spelen. Ook componeerde ze later enige instrumentale muziekstukken. Tussen Händel en Anna ontstond een vriendschappelijke band.
Het Britse hof was een levendig centrum op politiek, sociaal en cultureel gebied. Er kwamen bijvoorbeeld veel invloedrijke politici en buitenlandse ambassadeurs langs. Ook werd veel muziek gemaakt door professionele musici, regelmatig samen met Anna zelf. Dat daagde haar uit om nog beter te worden in haar spel.
Bij een prinses hoort een prins of in ieder geval een man met minstens een soortgelijke status. Op haar vijfentwintigste trouwde Anna met stadhouder Willem IV van Oranje. De bruiloft werd opgeluisterd door muziek die Händel speciaal hiervoor had gecomponeerd. Anna verhuisde naar de Nederlanden en ging eerst in Friesland wonen waar het stadhouderlijk hof toen gevestigd was.

Bijna 14 jaar later werd Willem IV erfstadhouder. Dat betekende dat hij meer provincies onder zijn gezag kreeg en ook dat het echtpaar zou verhuizen naar Huis ten Bosch in Den Haag. Anna zag haar kans schoon en bouwde een rijk muziekleven op aan het hof, door bijvoorbeeld vooraanstaande musici uit te nodigen. Hier kun je muziek luisteren die rond de helft van de 18e eeuw in Den Haag heeft geklonken. Uit archiefmateriaal lijkt naar voren te komen dat Händel zowel zakelijk als persoonlijk contact had met Anna. Anna bestelde muziek bij hem en er zijn ook aanwijzingen gevonden dat ze elkaar brieven schreven.
Toen Händel in Londen woonde, hield hij zich bezig met allerlei activiteiten, zoals het componeren van opera’s, inspecteren van orgels en zoeken naar geschikte musici die zijn muziek konden spelen. Net als veel Britten verzamelde hij bovendien schilderijen, waaronder die van Hollandse meesters. Natuurlijk ging hij wel eens op reis. Zijn familie woonde in Duitsland en bovendien gingen musici als hij naar belangrijke culturele plaatsen om zangers te contracteren of opdrachten in de wacht te slepen. Op het vasteland van Europa waren componisten met net zo'n grote reputatie als Händel soms ook aanleiding om een omweg te maken. In Duitsland waren dat Telemann, met wie hij bevriend was en Johann Sebastian Bach, zijn belangrijkste tijdgenoot, die hij echter nooit ontmoette. Italië was een andere bestemming van grote betekenis. Als je wilde meetellen in de toenmalige culturele wereld diende je daar je licht op te steken.

NIEUWE KERK in DEN HAAG een eeuw eerder.
In 1750 ondernam hij weer zo’n reis naar het vasteland. Waar hij precies heen wilde en wat hij ging doen is tot nu toe bijzonder onduidelijk. We moeten het doen met een paar krantenberichten en wat schaarse aantekeningen. Het is bekend dat hij in augustus van dat jaar een ongeluk kreeg op weg naar Haarlem. Wat was dat ongeluk precies? Hierover zijn de vreemdste verhalen te verzinnen. Wat voor soort schade had hij geleden? Was er iets met hemzelf gebeurd of met zijn vervoermiddel? Had hij een aanrijding gehad of was er iets anders gebeurd? Na 8 september ontstaat een zwart gat in Händels biografie. Tastbare aanwijzingen voor de vragen wat hij toen deed en waar hij zich bevond, zijn nog niet gevonden. Pas op 2 december duikt hij weer op, ditmaal spelend op een orgel in Den Haag.
Krantenartikelen
LONDON den 11 Augusty… De alom beroemde muzykmeester de heer Handel is een reysje na verscheyde hoven in Duytschland en Italien gaen doen.
Amsterdamse Courant, No. 98, 15 augustus 1750.
Mr Handel, who went to Germany to visit his friends sometime since, and between the Hague and Harlaem had the Misfortune to be overturned, by which he was terribly hurt, is now out of danger.
The General Advertiser (Engelse krant), 21 augustus 1750.
HAERLEM den 28 Augusti. De beroemde Mr. Handel, Kapelmeester van den Koning van Groot-Brittannien, door deeze Stad gepasseerd zynde, heeft gisteren onder andere merkwaardigheden het groote Orgel in de Groote Kerk deezer Stad van binnen bezigtigt, hebbende alvoorens onzen Organist Radeker verzogt daar op te hooren speelen, en over desselfs behandeling desselfs uytterste genoegen betuygd, als mede over het heerlyk geluyd van het gemelde Orgel.
Oprechte Haerlemse Courant, No. 35, 29 augustus 1750.
[Opmerking: Händel speelde zelf niet op het orgel in 1750. Tien jaar eerder was Händel ook bij het orgel in Haarlem en toen speelde hij wel. Waarom zou hij dit keer niet hebben gespeeld?]
DEVENTER den 10 September. Den 8 deezer is zyne Doorluchtige Hoogheyd de Heere Prince van Oranje onze Erf Stadhouder, nevens haare Koninglyke Hoogheyd Mevrouw de Princesse en verscheyde Edelen van het Hof alhier in de Groote Kerk geweest, onder een groote toeloop van een meenigte van Menschen, zo wel van de eerste van deeze stad als van mindere, om den Heer Handel, Capelmeester van zyne Koninglyke Majesteyt van Groot- Brittannien, op het Orgel te hooren speelen, welke haare Hoogheden en verdere Toehoorders ten uyttersten heeft voldaan.
Oprechte Haerlemse Courant, No. 37, 12 september 1750.
’s GRAVENHAGE den 3 December ... Gisteren heeft den vermaerden Heer Handel, Cappelmeester en Opper-Musicant van Syn Groot-Brittannise Majesteyt, in de Nieuwe Kerk alhier deszelfs ongemeene Gaeven op het Orgel laeten hooren, zynde aldaer tegenwoordig geweest het geheele Hof, de meeste buytenlandse Gezanten en andere voornaeme Personen van de beyde Sexen, en wierd het zelve van een ieder zeer gelaudeert.
’s Gravenhaegse Courant, No. 145, 4 december 1750.
’s GRAVENHAGE den 8 December . . . De Heer Handel, Kapelmeester etc. van zyne Groot-Brittannise Majesteyt, op gisteren voor de laatstemaal desselfs Gaven voor de Stadhouderlyke Familie hebbende laten hooren, is heden over Rotterdam na Engeland vertrokken.
Oprechte Haerlemse Courant, No. 50, 10 december 1750.
Brieven
Onderstaande brief gaat over een zesjarig meisje, een muzikaal wonderkind, dat in de zomer van 1750 naar Holland reisde en daar optrad.
“Ik kon deze aanbeveling van een virtuosa aan een virtuoos niet weigeren. Het meisje is een waar wonderkind; maar het is niet voldoende een wonderkind te zijn zonder wat uitvergroot te worden. Dat u haar een keer hoort en dat u haar daarna groot maakt, is alles wat ze verlangt. Het belangrijkste is ervoor te zorgen dat de prinses van Oranje [Anne] haar hoort, ze gelooft dat dat haar geluk zal brengen. Zelfs de grote Händel is van plan haar daar aan te bevelen…”
Vertaald van een brief van Philip Dormer Stanhope aan Soloman Dayrolles in Den Haag, gedateerd op 14 april 1750.
Händel schrijft op 22 juni 1750 een brief aan zijn neef Johann Gottfried Taust, die in Duitsland woont. Hij maakt geen melding van een aanstaand bezoek aan Duitsland.
“…in het bijzonder een grote Rembrandt.”
Uit een brief van Lord Shaftesbury aan James Harris, 13 februari 1750, waarin hij opmerkte wat Händel had gekocht.